|
Oprispingen
editie 97-02
door Adrie van Geffen
Op zaterdagochtend zette ik Radio Rijnmond aan en viel in een discussie van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Een openbare vergadering als het ware (wordt vervolgd op 22 maart). Wethouder Simons pleitte ervoor dat er meer markten moesten komen. Rommelmarkten wel te verstaan, en wat meer verspreid over de stad. Dat brengt gezelligheid en wellicht wat werkgelegenheid. Wellicht zelfs stimulerend voor de middenstand. Maar vooral gezellig, die rommel en lompen.
Bram Peper schiet wakker. "Loempiaïsering" mompelt hij. "Van mij hoeft dat niet zo, overal kraampjes met Vietnamese loempia's". Hoewel enigszins off-topic gaan Simons en de andere aanwezigen hier vrolijk mee verder. Alsof het de rommelmarkt betreft, vertelt Simons dat de loempiaventers hun kraam wel goed dienen te onderhouden.
Een mooi staaltje voorzitterschap: van onderwerp veranderen (het marktwezen is niet bepaald een geliefd onderwerp) naar iets wat erop lijkt. En een mooi staaltje politiek van de wethouders: geen stennis waar publiek bij zit en zeker ome Bram niet afvallen.
Het zette me wel even aan het denken. Tijdens Koninginnedag en het Carnaval barst het van de eettentjes op straat. Uit alle hoeken en gaten komen mensen die allerlei lekkernijen aanbieden. En iedereen eet mee. Buiten deze dagen moeten we ons redden met snacks die bijna het tegenovergestelde vertegenwoordigen, met McDonalds als exponent. Overigens is McDonalds voor mij een richtpunt bij mijn beoordeling. Bij de Waarderering op de schaal van Adrie, of wel de WodsvA, scoort Mac een 2. De gemiddelde broodjeszaak komt hier wel boven, maar het blijft wat slappe kost. Zeker een zacht wit broodje met kaas is zeker te versmaden. Waarom geen saté (sateh) of roti's het hele jaar door.
Op pagina 726 van Stadstext, de teletekst van Rotterdam, staan een aantal gegevens van 1 januari 1994. Daaruit valt te lezen dat zo'n 35 tot 40% van de Rotterdammers van buitenlandse origine is. In het aanbod van restaurants is die diversiteit te merken. Het is erg jammer dat, naar mijn indruk, in de meeste restaurants louter autochtone Nederlanders te gast zijn. Als we financiële armslag even buiten beschouwing laten, vermoed ik dat het merendeel bij zijn eigen keuken blijft. Maar dit terzijde.
De fantasie en smaak van de buitenlandse keuken vind ik aanzienlijk groter dan die van de Nederlandse of van de Mac-achtigen. En bovendien betaalbaarder.
Simons wil meer rommelmarkten met lompen. Peper vat dit op als loempiaïsering. Beide zouden geen politicus zijn als ze niet willen dat er allerlei regeltjes komen. Een vinger in de pap houden zogezegd. Bij zowel deze politici als bij ondernemers dient de hygiëne in het oog gehouden te worden. Maar niet te moeilijk doen, alsjeblieft. B & W shish kebabbelt lekker verder, maar laat Turken, Indonesiërs, Surinamers, Marokkanen, enzovoorts nu eens hun gang gaan. Om de drie straathoeken een eettentje. Niet zoals in New York met hotdogs - één Hema is al meer dan genoeg - maar grote verscheidenheid. In de lunchpauze een beetje met vakantie. Liever dat, dan leuterkoek. Dat is altijd moeilijk te verteren.
|