|
Oprispingen
editie 97-03
door Adrie van Geffen
Als kind keek ik uit naar de Paasdagen. Alle kinderen in mijn omgeving deden dat. Niet alleen omdat er van die bijzondere dagen als Witte Donderdag, Goede Vrijdag en 1e en 2e paasdag aankwamen, maar vooral omdat het moment was aangebroken dat de vasten was afgelopen en dat de snoeptrommel open mocht. Normaliter was er het hele jaar door niet zoveel snoep, maar uitgerekend na het begin van de vasten (voor de leken: na carnaval), nadat we op Aswoensdag voorzien waren van een kruis op ons voorhoofd, kregen we hiervoor een troost: drop, koekjes, lollies en toffees. Maar dat mochten we niet opeten, het was tenslotte Vasten. In de trommel met die lekkernij en dan 40 dagen wachten. Vervolgens werd, voornamelijk door tantes, uitgerekend in deze periode snoepgoed uitgedeeld. En weer in de trommel. Met Pasen dus de trommel open. Een verzameling van 40 dagen, hoewel muf, oud en plakkerig, ging er in één keer doorheen. Misselijkmakende gelukzaligheid. Kom daar vandaag de dag nog maar eens om.
Een andere bezigheid met de Pasen was het beschilderen van eieren. Moeder kookte de eieren keihard. Vervolgens zetten wij ons aan het schilderwerk, voornamelijk gezichten. Dat was makkelijk. Daarna volgde de tentoonstelling, want je moet eer krijgen voor je werk. Was deze beschildering al op donderdag begonnen, de eieren werden pas gepeld op zondag en maandag. Waar eerst trots was, ontstond nu enige weerzin. Na het verwijderen van de schaal bleek dat de verf voldoende tijd had gehad om door het poreuze omhulsel van het ei door te dringen: de beschilderingen kwamen terug op het eiwit. Dit mocht geen beletsel vormen voor de nuttiging van een ongezond aantal te hardgekookte eieren. Na de snoepdoos een tweede misselijkmakende ervaring.
Dus dit zijn feestdagen. Mijn hart gaat dan uit naar de alleenstaanden die niet kunnen of willen koken. Ik ken menigeen die om deze, en vaak ook financiële, redenen brood met een gebakken ei als reguliere maaltijd nuttigen. Naar een restaurant gaan doen ze niet omdat dat nogal een eenzame bezigheid is als je alleen bent. En eenzaamheid wordt tenslotte sterker gevoeld in aanwezigheid (niet gezelschap) van anderen. Restaurants in Rotterdam hebben niet echt het karakter van ontmoetingsplaats. Met evenveel nostalgie als hiervoor denk ik dan terug aan mijn studententijd in Utrecht, waar je bij studentenverenigingen en mensa's, maar ook in diverse restaurants, gewoon aanschoof. Sterker nog: bij binnenkomst werd je een plaats aangewezen om een tafel te vullen, waarna de pannen op tafel kwamen. Als iemand weet heeft van een dergelijke gelegenheid in Rotterdam, laat het mij weten opdat hiervan een recensie kan worden gemaakt.
Vooralsnog zal ik er niet onderuit komen: een ei hoort erbij. Merkwaardigerwijs krijg ik ze zelfs cadeau van diverse verenigingen. Maar ditmaal verwerk ik ze slechts tot pannekoek, poffertje of cake. Voor mij hoeft dat eitje-tik niet meer zo. Eigengereid als ik ben denk ik dat ik maar even volledig in stil protest ga. Met Pasen bak ik maar eens oliebollen.
|