Oprispingeneditie 98-15 door Adrie van Geffen
Soms maakt de mens het zich onnodig moeilijk. Deels uit traditie, deels uit gemakzucht. Dit laatste klinkt onlogisch, maar is het niet, zoals ik later zal aantonen. Ik doel op het schepwerk aan tafel. Niets kan mij erger kwellen als een schaaltje met 't een of ander waarbij een lepel en vork op de rand ligt. De geoefende butler hanteert deze attributen als ware het chinese eetstokjes, maar voor Jan Modaal is deze wijze van scheppen een ondoenlijke zaak. Welk mens met gezond verstand schept zijn spruitjes of salade met lepel en vork, en dan nog met één hand? Het is min of meer een garantie voor gemiste doelen. Het moge duidelijk zijn dat, net als met de chinese stokjes, bron en doel zo dicht mogelijk bij elkaar geplaatst moeten worden. Slechts de onbeholpenen doen dat niet, waardoor wat rolt zal rollen en wat nat en klef is in de schoot zal belanden. Gesteld kan worden dat het merendeels van ons in deze tot de onbeholpenen gerekend kan worden. Voor hen die zich afvragen of, volgens de etiquette, de bron naar het doel moet worden gebracht - neemt men zijn bord ter hand en brengt houdt men dit naast de schaal - of omgekeerd, ik weet het niet zeker. Me dunkt dat het bord dient te blijven staan en dat men met de schaal aan de haal moet gaan. Geef de appelmoes eens door is een uitspraak die dit vermoeden schijnt te bevestigen.
Dit principe kan echter alleen gelden voor het vaste materiaal. Met het oog op de soepterrine kan ik mij niet anders voorstellen dat de etikette gebiedt dat het bord naar en van de terrine wordt bewogen. Of is dit toch niet juist? Was het niet zo dat er voor de terrine in oorsprong een dubbele bemanning werd aangerukt, de een als sjouwer de ander als schepper, beiden achterlangs de gegadigden manoeuvrerend? Plus dat de eter nimmer het bord hoefde aan te reiken en dit kon overlaten aan de geschoolde assistent? Dit is allemaal niet meer op te brengen. Sommigen hebben de soepkom als minder elegant maar doeltreffender geïntroduceerd, anderen houden vast aan de terrine en de diepe borden. Onlangs mocht ik weer meemaken dat aan het hoofd van de tafel de soep werd opgeschept en het volle bord van hand tot hand naar het andere eind van de tafel werd doorgegeven. Het resultaat laat zich raden. Reeds aan het begin van de maaltijd zijn de spetters en plonzen op zowel tafel als schoot geworpen, om nog maar niet te spreken van het aantal duimen dat de soep heeft beroerd. De allereerste heeft te maken met veel duimen, maar de daaropvolgende heeft te maken met één duim minder, maar alle andere wel hevig afgelikt..... Bij wijze van spreken dan, want gelukkig bevond ik mij in goed gezelschap.
 Waarom al dat onhandige gelepel bij vloeibare zaken. Er is een verschrikkelijke teruggang in handigheid. Neem nu bijvoorbeeld de thee en koffie. Tegenwoordig wordt menige hand verbrand en menige breuk gesjouwd. Terwijl het antieke kraantje fantastisch funktioneert zonder dat er iets onhandig getild hoeft te worden. Geen gelazer meer met vallende deksels. Het maken is wat ingewikkelder en schoonhouden vergt welliswaar wat meer aandacht, maar het profijt aan tafel is geweldig en tegenwoordig helaas ongekend.
Het wachten is op het "stortservies". Alles wat vloeibaar is, moet uit kannen met kranen getapt kunnen worden. Vanaf de heldere soep, via de jus, tot en met de vla. Desnoods met een extra pompje als was het mayonaise uit de emmer. Waarom al dat onhandige geschep over te hoge randen? Waarom niet een kiepwagentje voor de aardappelen en de groenten. Verrijdbaar en nog even leuk spelen ook. Betonmortelwagentjes voor datgene waarvan de warmte nog enigszins gespreid moet worden. Op deze wijze zijn de tafelmanieren al ruim bekend op jonge leeftijd. Rijd de appelmoes eens voor. En dan heb ik het nog niet eens over het parkeren van schalen gehad.
|