Oprispingeneditie 98-16 door Adrie van Geffen
Zoals met zoveel dingen wordt wat je bent deels bepaald door je genen en deels door je omgeving. Dit wordt in het jargon genotype en fenotype genoemd. Iedereen heeft het in zich, en ik durf de mensen in te delen in het biertype en het wijntype. Zelf ben ik overtuigd, en ik moet bekennen soms ongematigd, behorend tot de eerstgenoemde categorie. Nog niet zo erg dat indien ik spuigaten zou hebben het er uit zou lopen, maar toch. Dubbel, triple, herfst- en meibok, abdij, trappist, maar vooral ook het gewone pilsje (door menig kroegbaas modern doch foutief aangeduid als "biertje"), het gaat er allemaal in als koek zonder brokken.
Het fenotype kan echter dusdanig wijzigen dat de omgeving verandert van bier naar wijn. Zeker als je wat sjieker gaat eten blijkt ineens dat je met een pilsje een uitzondering gaat vormen. Er treedt een kleine aardverschuiving op van Heineken en Grolsch, via Palm en de Koninck, via Westmalle en Rochefort naar de wereld van de druif. Voor je het weet zit je niet eens meer met een "Beaujolaitje" tussen je vingers, maar mag je een Bourgogne Pinot Noir 1996 van Domaine Bertrand Ambroise naar binnen gulpen. Want zuinig moet je niet zijn met dit soort spul. Nippen is voor tutten. En een fles moet leeg op een avond, want anders blijf je met een restje zitten dat volgens de echte liefhebber de nacht niet ongeschonden overleeft.
| En Leffe onderscheiden van een Brandt is niet zo'n probleem en ik vond mijzelf een hele peer dat ik dat toch aardig in de tong had. Totdat ik Henk Hoogeweegen tegenkwam. De man is wijn. Hij kan bij wijze van spreken door te proeven en ruiken niet alleen vertellen wat voor soort wijn van welk landgoed in welk jaar afkomstig is, maar weet bijna nog te vertellen op welke wijnrank en welke plek plaats daarop het merendeel van de gebruikte druiven afkomstig is. Op zijn sloffen werd hij Vinoloog van de Wijnacademie, de rest van de studenten vèr achter zich latend (ik sla nu maar even op zijn borst), en importeert nu zelf zijn wijn. En de mijne. |  |
Met grote regelmaat organiseert hij een wijnproeverij. Je hoort van "tannine", je let op het etiket, je luistert naar woorden als "finesse", "fraicheur", "ronddroog", "karakter", "bouquet", "structuur". Maar al gauw verflauwt hiervoor de aandacht om deze te verplaatsen naar het betere werk. Eerst wat water, desnoods met een stukje brood. Dan de neus in het glas. Vervolgens een behoorlijk slok naar binnen, met veel mimiek rondkolkend over de tong. Niet vergeten luidruchtig lucht bij te zuigen en, na enige oefening, hopelijk zonder morsen. Het uitspugen laat ik over aan de echte kenners. Dat is een vaardigheid die je als beginner niet al te snel wenst te beheersen.
Heb ik nu het bier afgezworen en houd ik mij voortaan bij de amfoor? Nee, natuurlijk. "Bier na wijn geeft venijn, wijn na bier geeft plezier" luidt het gezegde. Het kan wel zijn, maar voor zowel bier als wijn geldt dat het slempgedrag nu eenmaal is vastgelegd in mijn chromosomen. Daar kan ik niets aan doen. Slechts de momentane keuze tussen wijn en bier is een kwestie van omgeving.
|