[an error occurred while processing this directive] [an error occurred while processing this directive]
Oprispingeneditie 99-05door Adrie van Geffen Ik zal gelijk maar bekennen dat ik weleens paard eet. Mocht je nu geschokt zijn, bedenk dan dat de kans groot is dat je dat zelf ook doet of gedaan hebt indien je nu vleesloos door het leven gaat. Hoewel als nobel en edel betiteld, is paardenvlees nu eenmaal goedkoper dan rund. Vraag daarom voordat je een biefstuk bestelt aan welke diersoort het heeft toebehoord. Zelf maak ik er niet zo'n punt van, zoals ik al eerder diverse malen heb opgerispt. Behalve dan dat paard meestal wat ouder en vaak wat taaier is en daarom niet tot mijn voorkeuren behoort bij een diner, tenzij het rosbief betreft. Knollen zijn weer een ander verhaal.
Van nature ben ik niet zo dweperig. Diana Woei daargelaten, maar zelfs dan nog niet in aanbidding. Allerhande akties om bedreigde diersoorten te redden hebben doorgaans mijn sympathie, maar projecten die daarin blijven steken en een bredere visie ontberen zullen niet gauw mijn steun ontvangen. Een Stichting Vogelklas Karel Schot is aardig voor de individuele gevederde vriend, maar het zet geen zoden aan de dijk, en dient meer om direct leed van voornamelijk de vinder te lenigen. Zo ook een project als het Zeehondenopvangcentrum Pieterburen waarbij ik me afvraag of de aangelegde zwembaden nu zijn bestemd voor de zeehonden of voor Lenie 't Hart. Een ziekenhuis dat vanwege marketingredenen een creche wordt genoemd wekt bij mij de nodige bedenkingen en bij tijd en wijle zelfs aversie op. Deze gevoelens had ik in 1984 ook, maar op de een of andere manier gaf mijn intuïtie mij in om op de oproep van de Stichting Przewalskipaard te reageren. In het pand in Spangen ontmoette ik de stichters. De inmiddels overleden Jan Bouman, Inge Bouman en Annette Groeneveld kwamen mij als zeer nuchter over. Niks geen dweep, maar een pragmatische en wetenschappelijke benadering. Houten kastjes herbergden de gegevens van alle nog in leven zijnde Przewalsipaarden en hun relatie tot elkaar. Nauwkeurig was de "zuiverheid" in kaart gebracht en werd uitgedokterd welke paarden met elkaar gezonde nakomelingen zouden kunnen krijgen waarbij externe eigenschappen in aantal zouden verminderen. Soortveredeling in omgekeerde zin, terug naar de roots. De noodzakelijke medewerking van dierentuinen verliep nogal stroef, daar zij vaker te filosofie hanteerden van de kwantiteit in plaats van de kwaliteit. Om over transportkosten nog maar niet te spreken. Maar er was sprake van een doel. Niet zozeer het terugveredelen van het Przewalskipaard, maar het terugbrengen van de kwaliteit en kwantiteit van ecosystemen was en is aan de orde. Niet alleen het paard mijn de gehele natuurlijke omgeving geldt als credo. En is een paard zwak, ziek, misselijk en gaat het dood, dan is dat jammer maar het zij zo. Er wordt wel op gelet, en er wordt indien nodig bijgevoederd, maar van ziekenhuis en vertroeteling is geen sprake. Slechts daar waar het ecosysteem nog niet voldoet wordt de nood gelenigd. Het is hard, maar noodzakelijk om een sterke soort en een sterke leefomgeving terug te laten keren.
Het kost natuurlijk massa's geld. Niet alleen om de dieren over te brengen naar Mongolië, maar ook om alle andere noodzakelijke zaken voor elkaar te krijgen. Zelf draag ik daar nog steeds graag mijn steentje aan bij. Bovendien is het voor mij een rechtvaardiging om het zitvlees van menig meisje in de puberteit te nuttigen. Daarnaast houd ik het er nog steeds op dat een paard geen uitzondering vormt wat het hebben van poten en een kop aangaat. |
|
|
|
|