Oprispingen
editie 99-06
door Adrie van Geffen
Plichtplegingen zijn erg. Zo erg zelfs dat er vrijelijk over wordt gepraat,
juist omdat het de gewoonste zaak van de wereld is. Dat is echter niet waar.
De last is groter geworden sinds de maatschappij zich meer is gaan richten op het eigen individu - lees minder sociaal, meer doelend op eigen welvaart - en minder op dat van een ander. Ik ken niemand die zich verheugt op de oerhollandse verjaardagsviering, gekenmerkt door een kring stoelen waar onderling wordt geroddeld over het familielid dat twee stoelen verderop zit. Familie als verplichte kennissen. Kennissen zijn nog erger, want die ken je eigenlijk nauwelijks. In tegenstelling tot vrienden, waarin je bent geïnteresseerd en waarmee je een bepaalde geestelijke verwantschap voelt, zijn uitgerekend kennissen mensen waarbij dat niet het geval is. Anders zouden het wel je vrienden zijn.
Kennissen heb je door overerving, door omstandigheden, elkaar kruisende wegen of met een - mogelijk - doel. Zo heb je bijvoorbeeld achtereenvolgens de familie, de buren, de vakantie-ontmoetingen en de collega's op het werk. De ontwikkelingen met laatstgenoemden zijn min of meer verontrustend te noemen. Op twee manieren.
Zoals een verjaardagpartijtje word je min of meer gedwongen mee te doen met allerhande groepsactiviteiten. Je moet tenslotte je gezicht laten zien, want anders hoor je er niet echt bij. Gruwelijke zaken als een weekje "teambuilding" al of niet door middel van een "survivaltocht", met gebruikmaking van methoden uit de militaire dienst. Intensivity- en sensitivity-training. Bwwwaaaahhh. Want inmiddels door de individualisering achterhaald. Er is nog wel een gemeenschappelijk doel, maar meer en meer spelen verborgen en individuele agenda's. En dan elkaar maar proberen te overtuigen dat dat niet zo is en dat slechts een gemeenschappelijk doel geldt. Een collega is een kennis, een kennis per definitie geen vriend. Proberen een schijnvriendschap te forceren is vergeefse moeite. Sociale vaardigheid en emotionele intelligentie kan in dit verband kort worden samengevat als het vermogen je voor te doen als een vriend tegenover een kennis. Zakelijkheid in gezamenlijke doelen en objectieve bespreking van elkaars functioneren waarna een objectieve beoordeling volgt, wordt doorkruist door eigen agenda's met "handige" kennissen en acteervermogen. Nogmaals bwwwaaaahhh.
Maar heel erg wordt het met de tussendoortjes: de bedrijfsdineetjes. Vaker en vaker kom ik ze tegen in het restaurant en soms moet ik er zelf aan meedoen. Een afdeling zit aan een lange rechte tafel na een stoelendans. Je moet tenslotte kunnen roddelen over de collega die 2 stoelen verderop zit. Bij tijd en wijle wil een collega zich doen gelden door met iets te harde stem een gewaagde opmerking te maken tegenover de aanwezige superieur - te herkennen aan de zitplaats aan het hoofd of het midden van de tafel of aan de enige lege stoel naast hem/haar - in de hoop steun te ontvangen van de anderen. In het ergste geval zijn er meerdere van dat soort en pogen zij keet te lellen, alsof ze een weekend aan het teambuilden zijn.
Maar dan komt het moment: de toespraak. Ten overstaan van niet alleen de collega's maar alle gasten van het etablissement gaat de baas zich te buiten aan allerhande loftuitingen. In negen van de tien gevallen overigens betreft zo'n uitje het vertrek van een collega. Tegelijkertijd wordt er een beroep gedaan op de teamgeest en dat de toekomst productief maar vooral collegiaal mag zijn. Nog nooit heb ik na afloop van een dergelijke oratie een overtuigende instemming gehoord. Driewerf bwwwaaaahhh.
Als niet deelnemende, afzonderlijke gast, die matig wordt bediend vanwege het ruimte voor zich opeisende gezelschap, heb ik met grote regelmaat de pest in. Naast dat er nogal luid wordt gerucht - er is ons weleens bij aanvang van de toespraak een "ssssst" toegesist - veroorzaken groepen doorgaans vertraging in het leveren van bestellingen. Louter en alleen omdat die groepen zitten in restaurants die daar niet op berekend zijn. Dergelijke restaurants zouden in moeten zien dat ongevraagd bij telefonische reservering daarvoor gewaarschuwd zou moeten worden. Of bedrijven zouden verplicht moeten worden minimaal een gratis drankje te verstrekken aan de benadeelde medeklanten. Geld zat, nietwaar, en bovendien aftrekbaar. Zo maak je nog eens vrienden.
|