Oprispingen
editie 99-07
door Adrie van Geffen
Er zijn mensen die schijnen te werken. Ze ogen als bezige bijen, zijn in vaste dienst, echter zij doen de gehele dag bar weinig. Slechts aan het eind van de maand doen zij de strijk. Van hun salaris.
Dan zijn er mensen die voor een schijntje werken. Als mij wordt gevraagd wat mijn laatst verdiende salaris is geweest, vraag ik meestentijds om een herformulering van de zin. "Met welk schijntje ben je laatst afgescheept?" lijkt mij correcter. Ik ben tenslotte nog zo'n eikel van een Rotterdammer. Mouwen in de stroop en gaan met die banaan - een gezegde afkomstig uit de haven toen de bananenboten met de hand werden gelost. Niet lullen maar poetsen. "We maken het later wel in orde" is dan de kreet waarvan je in je naïviteit denkt dat dat door de urgentie is ingegeven, maar waarbij later blijkt dat je weer eens bent belazerd.
Mijn idee bij het opzetten van mijn homepage was dat restauranthouders corrupt genoeg zouden zijn om mij om te kopen. Dat mag je zo dan niet noemen, maar een maaltijd met extra kwaliteit tegen een vriendenprijsje ten behoeve van een positieve recensie lag in de lijn der verwachtingen. Nu wil ik niet over één kam scheren, maar ik begin er nu achter te komen dat het niet een gebrek aan corruptie is dat vriendelijke aanbiedingen verhindert, doch eenvoudigweg hebberigheid. Deze wijsheid ontleen ik aan de onlangse actie van Hotel New York. Bij mijn bezoek bespeurde ik reeds een merkwaardige vorm van toe-eigening van betaalmiddelen, dit jaar was het hotel in het nieuws vanwege discutabele salariëring. Nadat in mijn pubertijd de fooi algemeen werd afgeschaft en opgenomen in de rekening, is langzamerhand weer de usance ontstaan om toch maar een fooi te geven. Menig taxichauffeur en serveerster heeft hierdoor een behoorlijke bijverdienste. Hotel New York zag (of ziet) hier wel brood in en regelde dat de salarissen wel wat lager konden en dat de fooi gezien moest worden als "loon naar werken". Maar de prijzen veranderden niet. Tel uit je winst.
De idee van "loon naar werken" is in Nederland sinds jaar en dag vrijwel onbespreekbaar. Een groot deel van de ambtenarij zou terstond onder de armoedegrens duiken. Waar in de verkoop het werken op provisiebasis welig tiert, daar is loondifferentiatie in het onderwijs voor moeilijk te vervullen vacatures van leraarschap in bepaalde vakken nog onbespreekbaar. Het marktmechanisme kent zijn grenzen. Omdat het voor sommigen weleens een harde dobber zou kunnen blijken, geven we er de voorkeur aan een gebrek aan personeel te hebben in gezondheidszorg en onderwijs. Eigen zakken eerst.
Dat moment is bij mij nu definitief aangebroken. Onbeholpen als ik dat doe ben ik er natuurlijk eerst ingetrapt. En een weg terug valt niet mee. 125 restaurants (er zijn er een paar afgevallen) voor gemiddeld 50,- per bezoek = 6250 florijnen. Daarbij een internetaansluiting - want ook dat is mij nog niet als faciliteit aangeboden - met de nodige verhuizingen (Planet Internet, GlobalXS, XS4All) met dubbele kosten, de telefoonrekening voor het uploaden van de recensies en de vele uren die erin zijn gaan zitten. Tel uit mijn verlies. Waar anderen zich laten betalen om een restaurantbezoek af te leggen, hun rekening declareren en vervolgens betaald een stukje schrijven waarvan vervolgens nog eens een boekje wordt gemaakt (zie Rotterdam Culinair, fl. 17,95 of Schransen en sjansen, fl. 6,95), daar moet ik als subjectieve scherprechter, uitvinder van de WodsvA, geld op toeleggen.
Dat is me al eens eerder overkomen met het schrijven van software. En daaruit is het volgende idee ontsproten. In de software heb je de commerciële, de freeware en de shareware. Als webpagina kennen we alleen de eerste twee, waarbij de met noeste huisvlijt en de advertentiepagina's als vrij toegankelijk het meest omvangrijk schijnen. Maar vanaf nu is mijn pagina met restaurantrecensies volgens het shareware-principe te bezien. Ik noem het maar Shareweb. Het is vrijelijk te raadplegen, maar wel met de bedoeling dat ervoor wordt betaald. Waarom wel de serveerster een tip, maar degene die je ervoor heeft gezorgd dat je een goede restaurantkeuze kon doen niet? Ik wil mijn part én mijn deel. Want het is wel zo dat ik in die slechte restaurants moeten eten van mijn eigen centen opdat ik ten behoeve van de lezer even zachtjes kon kraken. Pasta e Basta roep ik, hier met die poen!
Om mezelf tegenover anderen niet te veel voor schut te zetten, zeg ik maar dat het onderhouden van mijn (share!)webpagina, het schrijven van columns, de televisiepraatjes hobbies van me zijn. De waarheid is niet minder dat genitaliën van feline creaturen in het geding zijn. Faam en rijen handtekeningenjagers vermogen niet wat een vermogen vermag. Dus vandaar slechts één vraag: "Mag ik een gulden?"
|